vuurklip

Nederlands
   Gerrit Achterberg
   Hans Andreus
   Robert Anker
   Anoniem (14e Eeuw)
   Bernlef
   Oda Blinder
   Jeaan Bruggeman
   Remco Campert
   Louis de Bourbon
   Tsead Bruinja
   Herman de Coninck
   Jan Hanlo
   Ingmar Heytze
   A. Roland Holst
   Adriaan Jaeggi
   Dirkje Kuik
   Harry Mulisch
   Martinus Nijhoff
   John O'Mill
   Ankie Peypers
   Ilja Leonard Pfeijffer
   Gerard Reve
   Kees Stip
   Alfred Schaffer
   Nico Scheepmaker
   Annie M.G. Schmidt
   Patty Scholten
   Jan Spierdijk
   Jotie 't Hooft
   Toon Tellegen
   Nes Tergast
   Jan Theuninck
   Eric van der Steen
   Jacqueline van der Waals
   Anton van Duinkerken
   Pierre van Laeken
   Ellen Warmond
   Hans Warren
   Riekus Waskowsky
   Jan Wolkers
   Daan Zonderland

      
Azijn

Daarnet heb ik azijn gedronken
die aan de woorden van de mensen kleefde.
Hoe zou men dan niet zurig zijn.
Men had mij beter droom geschonken.

Dan kon ik dansen in een weide
waarin de tijd zichzelf versliep,
en al de dagen weer beminnen
dat ik daar als een veulen liep.

Maar ach de mensen zijn niet anders
dan wat ik traag geworden ben.
Wat droom, verloren en wat zurig.
Mijzelf die ik in hen herken.


Schommelpaard

Mijn dromen heb ik neergelegd
vlak naast mijn schommelpaard.
Op zolder waar de rest ook staat,
wat tot geen zier meer dient.

Al wankel ik vaak nog wat rond,
tussen wat toen en hier
en tracht ik soms de avond rond
een heel oud lied te zijn.

De weemoed naar dat ver gebied,
het graag zien dat ik ween,
ligt op de zolder niets te zijn.
Mijn dromen daar omheen.


Vader

Zoals jij zat
verloren in de hoeken van de tuin.
Een gevallen blad.
Een weggeworpen woord.
Een bijna vogel voor de kat.

Zoals jij zat
in de laatste stralen van de zon.
Een schemering.
Een ondergang.
Een leeg gebloeide avond.

Zo zal ik zitten in uw vel.
Een oude rozentuin.
Een lege schommel.
Een oud gerei
verloren in de hoeken.

Maar ik zal vloeken... vloeken!


Momenti moris

Zij ligt daar als een rimpelpeer
in 't witte van het bed.
Een zinnig woord spreekt ze niet meer.
Haar denken is reeds stilgezet.

Toch lijkt het of zij nog wat ziet
door 't ene oog dat openstaat
en als ik dan in mijn verdriet
wat tranen en wat zuchten laat

het waag haar grijze hoofd te strelen,
haar koude handen warmen wil,
besef ik dat zij met de schimmen,
van hen die haar zijn voorgegaan,
in 't milde van haar laatste dromen,
onzegbaar stil is heengegaan.

Uit Om alles een beetje verdriet

Resensie deur Iris Van de Casteele

   
   

21-10-2021 06:18:43
page 234/ ip: 12
function if_ShowPage_00