vuurklip

Nederlands
   Gerrit Achterberg
   Hans Andreus
   Robert Anker
   Anoniem (14e Eeuw)
   Bernlef
   Oda Blinder
   Jeaan Bruggeman
   Remco Campert
   Louis de Bourbon
   Tsead Bruinja
   Herman de Coninck
   Jan Hanlo
   Ingmar Heytze
   A. Roland Holst
   Adriaan Jaeggi
   Dirkje Kuik
   Harry Mulisch
   Martinus Nijhoff
   John O'Mill
   Ankie Peypers
   Ilja Leonard Pfeijffer
   Gerard Reve
   Kees Stip
   Alfred Schaffer
   Nico Scheepmaker
   Annie M.G. Schmidt
   Patty Scholten
   Jan Spierdijk
   Jotie 't Hooft
   Toon Tellegen
   Nes Tergast
   Jan Theuninck
   Eric van der Steen
   Jacqueline van der Waals
   Anton van Duinkerken
   Pierre van Laeken
   Ellen Warmond
   Hans Warren
   Riekus Waskowsky
   Jan Wolkers
   Daan Zonderland

      
Annie M.G. Schmidt (1911-1995)

Aan een klein meisje

Dit is het land, waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos.
Er zij geen feeën meer, er zijn hormonen,
en altijd is er weer wat anders loos.

En in dit land zijn avonturen
hetzelfde, van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn an'dre muren
en nooit een eenhoorn of een bietebauw.

En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood.

Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het land waar grote mensen wonen ...
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.

uit: En wat dan nog? (1950)

Een dichter

Piet Pluimers wou het liefste verzen schrijven
over wat late rozen in de zon.
Hij was een dichter en hij wou het blijven.
Hij schreef sonnetten toen hij pas begon.

Het rijmde ook. Maar and're dichters zeiden:
je mag niet rijmen joh, 't is geen gezicht!
Je moet zorgvuldig alle rijm vermijden,
want een gedicht dat rijmt is geen gedicht.

En dan dat metrum! Dat is uit de mode.
't Mag niet van ról de ral de ról de ral.
Punten en komma's, jongen, zijn verboden.
En denk erom: geen hoofdletters vooral.

En nooit een hele zin. Alleen maar brokken.
En rozen mógen wel een keer, maar dan
slechts in verband met baarmoeders en sokken
en zó dat niemand het begrijpen kan.

't Is maar een weet, we zeggen 't je maar even.
Piet had het spoedig door en hij zei: o.
Hij heeft diezelfde dag een vers geschreven,
zijn eerste echte vers. En dat ging zo:

'ik drijf spelden van wanhoop
in de huid van je
grutten wezenloos
woezie woezie 17 en
klaan uit je klukhaar versuikeren
bleke bliezen in schedels met spuigaten
vol blauw gehakt.'

En toen zei iedereen: dat is reusachtig!
En Paul Rodenko schreef een heel lang stuk
in 'Maatstaf' om te laten zien hoe prachtig
het was. Vooral dat 'woezie' en dat 'kluk'.

Alleen Piet Pluimers zelf was niet tevreden.
Hij wou zo graag eens rijmen, want helaas,
hij heeft nu eenmaal 't rijm onder z'n leden.
Maar nee, hij mag alleen met Sinterklaas.

En hij wou graag één keer een komma zetten.
Ach Piet! Over tien jaren slaat het om!
Dan rijmt men weer. Dan maakt men weer sonnetten.
Dan gaat het weer van póm de róm de róm.

Annie M.G. Schmidt (1911-1995)
uit: Huishoudpoëzie (1957)

   
   

21-10-2021 07:25:48
page 228/ ip: 86
function if_ShowPage_00